Writings on the art of franck gribling

A selection of essays and articles in english and dutch(english summary)

Return to the homepage

  1. Paul Hefting , "Locus solus . Het werk van Franck Gribling " (2006)
  2. Anonymous , "Franck Gribling . The early works . 1948-1952 ." (2004)
  3. Saskia Monshouwer ,Sensual Abstraction . De lineaire werken van Franck Gribling ."(2006)

Saskia Monshouwer
SENSUAL ABSTRACTION
De linaire werken van Franck Gribling .
2004-2005
.

Hoe ver zijn wij in de 21e eeuw van Manet’s ‘Dejeuner sur L’Herbe’ verwijderd? Dit lijkt een vreemde vraag, want het historisch veraf en dichtbij zijn relatieve begrippen. Toch kan een dergelijke vraag helpen om begrippen scherp te stellen. Het biedt een ingang om kunst in het perspectief van cultuurhistorische veranderingen te beschrijven. Ik pas deze historische omweg op de werken van Franck Gribling toe omdat hij als kunstenaar verschillende kunsthistorische concepten verenigt, waardoor een klassiek moderne kunstopvatting een hedendaagse en postmoderne opvatting kruist. Dat blijkt zowel uit de titels als uit de werken zelf. ‘Sensual Abstraction’ is een reeks werken uit 2005 waarin hij zich concentreert op ronde en rechte lijnen. De lineaire werken die zo ontstaan houden het midden tussen objecten en schilderijen. In een abstracte beeldtaal worden herkenbare vormen weergegeven. Om de intentie van de werken binnen het spectrum van de hedendaagse kunst te duiden zoom ik in op het ontstaan van de moderne kunst. In de veranderingen die zich in de daarop volgende jaren voltrekken, worden vaak dezelfde begrippen gehanteerd, terwijl hun betekenis verandert en verschuift. ‘Dejeuner sur l’Herbe’ is een magistraal schilderij waarop een naakte vrouw en twee geklede heren tussen de bomen op de grond zitten. Een tweede, in hemd geklede vrouw bukt op de achtergrond. In het kader van de tekeningen van Franck Gribling richt ik me in mijn beschrijving op de naakte vrouw in het groen. Haar albasten lichamelijkheid krijgt in aanwezigheid van beide in het pak gestoken heren een bijzondere betekenis. Zij confronteert en shockeert. Ja logisch, denk je dan, haar naaktheid wordt in de openbaarheid gebracht en daarmee de grenzen van het betamelijke overschreden. Tegelijkertijd is zij op merkwaardige wijze aseksueel. De prikkeling wordt door iets anders veroorzaakt en doet denken aan de scherpe ironie die uit het realisme van Flaubert naar voren komt. Dan volgen analytische begrippen zoals de verdeling van de lichte en de donkere vlakken op het doek die de ruimtelijkheid en stofuitdrukking bepalen. In 1863, als het doek op de Salon des Refugés getoond wordt is de schilderkunst al analyserend op weg naar de abstractie en maakt zij zich los van een enkelvoudige beeldende symboliek. Het is niet de bedoeling om het werk van Franck Gribling in directe zin met Manet te vergelijken, wel om een gedachtegang in herinnering te roepen die wezenlijk is voor de ontwikkeling van de 20ste eeuwse westerse schilderkunst. Het gaat om een voorgeschiedenis die het werk van Gribling in intellectueel opzicht bepaalt. Een tweede referentie met de moderne kunst is de manier waarop hij in zijn abstracte werk het lichaam als motief gebruikt. Dit komt ondermeer in de serie 'Postporno Abstractions’ (Gender Bender Bodies and Other Virtual Abstractions of the Mind) uit 1996 naar voren. Ook hier confronteert hij ronde met rechte lijnen, maar de titel duidt ook op een uiteenzetting met een latere kunstopvatting. De betekenissen die Gribling aan zijn werk verleent zijn doordrongen van de concepten uit de tweede helft twintigste eeuw. Ik wil in historisch perspectief bekijken hoe deze flexibele combinatie van modern en postmodern tot stand is gekomen. Gribling begint zijn schildersloopbaan vlak na de oorlog. Nederland is in de ban van de vooroorlogse abstractie. De invloed van Picasso is enorm, terwijl de dichotomie abstract versus realistisch het denken over beeldende kunst bepaalt. Cobra maakt al snel de dienst uit, wat veel eer is voor een groep die achteraf gezien toch niet meer is dan een locale variant van een neo-expressionisme. Haar populariteit ontneemt in Nederland het zicht op meer relevante artistieke ontwikkelingen. De aanzetten die in de vooroorlogse periode zijn gegeven zijn veelzijdig en variëren van het surrealisme en geometrisch abstracte kunst, tot nieuwe zakelijkheid en de geniale vondsten van Margritte en Duchamp, maar het duurt enige tijd voordat de nieuwe ontwikkelingen boven komen drijven. Franck Gribling treedt de artistieke wereld open tegemoet en zal in de loop van de tijd diverse concepten onderzoeken en vormgeven. Ook uit het gegeven dat hij een studie kunstgeschiedenis doet blijkt hoezeer hij geïnteresseerd is in de intellectuele ontwikkeling van de beeldende kunst. Zijn werk uit de jaren tachtig vormt een mix van moderne schilderkunstige inzichten die hij koppelt aan een conceptuele uitwerking. In grote lijnen volgt Franck Gribling de intellectuele vraagstellingen en oplossingen van de moderne (abstracte) kunst. Hij zoekt in zijn werk naar evenwicht, gebruikt en bestudeert de werking van koloriet en laat het materiaal spreken. In de jaren tachtig zal hij zijn doeken van afwijkende zigzaggende vormen voorzien. In de werken en tekeningen die na 1995 ontstaan, verschuift de aandacht naar het materiaal, de verfstreek, houtskoollijn en de drager. Het karton dat hij voor zijn tekeningen kiest draagt bij aan de fysieke indruk van het werk. De motiefkeuze waarin hij de herkenbare lichamelijke vormen aan de fysieke werking van de tekeningen koppelt, roept het werk van Matisse in herinnering. In overdrachtelijke zin kan je daarbij denken aan het beroemde ‘Luxe , calme et volupté’. Gericht op de manier van werken gaat het eerder om ‘De Dans’ uit 1909 en de periode 1913-1916 toen Matisse, beïnvloed door het cubisme, probeerde om de principes van de abstracte kunst met zijn obsessie voor ruimtewerking en stofuitdrukking te verbinden. Waar Matisse zich laat verleiden door de abstractie, laat Frack Gribling zich op basis van soortgelijke schilderkunstige principes verleiden door de sensualiteit, het fysieke. Hij streeft naar nuances en een schilderkunstige spanning die in ‘Sensual Abstractions’ ook wordt opgeroepen omdat hij de vierkante werken, als een ruit, met de punt naar beneden aan de wand hangt. . Tegenover deze klassieke opvatting van de schilderkunst staat een hedendaags gebruik van concepten en begrippen. Als hij in de jaren negentig spreekt over het introduceren van een fysieke sensualiteit heeft zijn formulering polemische kenmerken, al was het maar omdat hij de ‘natuurlijke’ ronde lijn, de welving in contrast met de ‘rationele’ rechte lijn wil plaatsen. Achter deze formulering gaat een mogelijk antwoord schuil op de vraag hoe ver wij van Manet verwijderd zijn. Aan het einde van de 19e eeuw was de positie van het schilderij in zeker opzicht onaanvechtbaar, terwijl het schilderij in de tweede helft van de 20e eeuw in verhouding tot vele andere gereproduceerde beelden staat. De onaantastbaarheid van haar positie was een voorwaarde voor de ontwikkeling van de abstracte kunst in alle kunsthistorische en filosofische consequenties. Maar er is een tweede revolutie die gelijk opgaat met deze ontwikkeling in het denken over de afbeelding en de kunst. De moderne tijd wordt gekenmerkt door de ontwikkeling van nieuwe productie- en reproductietechnieken, de ontwikkeling van industrie- en communicatiemiddelen, waardoor niet alleen haar uiterlijk maar met name haar organisatievorm verandert. Kortom de moderne maatschappij zal een samenleving zijn van massa, massaproductie en massaconsumptie: Een beeld dat pas na de tweede wereldoorlog op de voorgrond treedt. In de jaren zestig en zeventig worden de consequenties van deze ontwikkeling in volle omvang zichtbaar. En de consequenties voor de beeldende kunst uitgewerkt. Zij verandert niet alleen van vorm maar haar positie verschuift. Als een consequentie van de vernieuwingen die aan het einde van de 19e eeuw inzetten. In 1886 schreef Marx das Kapital, waarin hij de massa centraal stelde in de politiek-economische organisatie van de moderne samenleving. In dezelfde periode maakt Toulouse-Lautrec zijn posters. Het is een van de eerste keren dat grote moderne kunst de veilige omgeving van musea en aristocratie verlaat. De samenleving is veranderd wat grote praktische en inhoudelijke consequenties heeft voor de beeldende kunst. Popart is de eerste stroming waarin de massacultuur expliciet een rol speelt. Moderne en populaire verschijnselen worden in de kunst toegelaten, terwijl de aandacht voor de verspreiding van kunst buiten de muren van de musea groeit. Yves Klein maakt in 1958 zijn eerste multiples, Mimmo Rotella maakt nieuw werk uit oude posters. De moderne maatschappij met haar icoonvorming, ansichtkaarten, koektrommels, televisie beelden en reclame dwingt de beeldende kunst om over haar bestemming na te denken. Originele beelden komen niet alleen naast een lange rij gereproduceerde beelden te staan, de beeldende kunst moet haar positie ten opzichte van de massa (en publiek) opnieuw formuleren. In zeker opzicht wordt de waarde van beeldende kunst in de tweede helft van de vorige eeuw altijd in verhouding tot de massacultuur gemeten, in het licht van de nieuwe politiek economische structuren. In 1981 maakt Franck Gribling onder de noemer ‘Art for the Millions ‘ enkele werken met als titel ‘Wordless Worlds and Worldless Words ‘ De werken kunnen worden opgevat als kritiek op de massacultuur maar ook registratie van een cultureel maatschappelijke verschuiving. Inhoudelijk en praktisch worden kunstenaars op massaproductie gewezen: Een schilderij functioneert te midden van alle andere beelden terwijl overheden willen dat de markt bepaalt welke kunstwerken de belangrijkste zijn. Dat het functioneren van de beeldende kunst en de instituten voor beeldende kunst minder veranderd zijn dan de intellectuele logica doet vermoeden weten we inmiddels. Bovendien heeft de beeldende kunst zich te allen tijde in een kwetsbare en afhankelijke economische positie bevonden. Toch zijn de veranderingen ingrijpend. Hoe ingrijpend is af te lezen aan de nieuwe vraagstellingen en nieuwe posities die in de loop van de tweede helft van de 20e eeuw de boventoon gaan voeren. Met zijn ‘Postporno Abstractions’ gaat Gribling de discussie aan. Hierin stelt hij het menselijk lichaam gelijk aan de fysieke werking van een schilderij in verhouding tot de gereproduceerde en populaire beelden. De ronde lijnen vertegenwoordigen deels het natuurlijke, een principe dat ook in zijn werken uit de jaren tachtig voorkomt. Met titels als ‘A slight Angle to the Univers’ en ‘Budha’s body’ doet hij een beroep op een oosters geïnspireerd natuur- en wereldbeeld. Daar stelt hij het rationalisme van de techniek en technisch gereproduceerde beelden tegenover. De tegenoverstelling van natuur en cultuur is niet nieuw. De specifieke implicaties van de invulling van de begrippen is dat wel. Wanneer hij gaandeweg de jaren negentig de fysieke kwaliteiten van schilderij en lichaam benadrukt, geeft hij een nieuwe invulling aan de tegenstelling privé – openbaar. Het fysieke is intiem en privé, de gereproduceerde wereld, de techniek en de massacultuur zijn porno, zijn openbaar. Er is in dat opzicht veel veranderd sinds Manet de naaktheid als realiteit in de openbaarheid bracht, en Duchamp met zijn ‘Etant Donnés’ de toeschouwer in de rol van voyeur heeft gedrongen. (Gribling droeg in 1989 een reeks peepshows op aan Duchamp en Breton met als titel ‘Étant Donnés: les vases communicant divisés’). De scheiding rond /recht, privé /openbaar heeft behalve als een onderzoek de positie van de beeldende kunst in relatie tot de nieuwe verhoudingen nog een dimensie. De fysieke beleving is niet alleen intiem in de zin van privé, zij is ook elitair. Gribling eist met het begrip fysiek aandacht op voor de individuele beleving in verhouding tot politiek en intellectueel absolutisme. Voor een veelheid van waar- en werkelijkheden tegenover rechtlijnigheid. Zijn werk is een pleidooi voor een nieuw realisme: als het vermogen en het verlangen om in alle individualiteit en intimiteit de realiteit te verbeelden.

(Essay in "Franck Gribling , Sensual Abstraction.", City Thoughts limited edition , Amsterdam , 2006)

Return to the top

Return to the homepage